Ralph Pans, voorzitter directieraad VNG, ralph.pans@vng.nl
Er is in Nederland grote consensus over de noodzaak om de jeugdzorg ingrijpend te veranderen. Nederland heeft de gelukkigste jeugd van Europa terwijl er een enorme toestroom naar gespecialiseerde jeugdzorg is. Jeugdigen hebben last van de manier waarop de overheid de zorg georganiseerd heeft. Wachtlijsten, onnodige medicalisering en toenemende druk op gespecialiseerde zorg zijn het resultaat. Er moet meer aandacht komen voor de kwaliteit van het gewone opvoeden en opgroeien.
Ook moet er voldoende aanbod komen van kwalitatieve laagdrempelige eerstelijnszorg zonder versnippering, die meer effectief is. Problemen voorkomen en oplossen doe je bij voorkeur dicht bij huis, op lokaal niveau, waarbij ouders en opvoeders centraal staan en jeugdzorg een hulpmiddel is. Niet het recht op jeugdzorg centraal stellen, maar opvoeders versterken in hun kracht. De beleidsbrieven van het kabinet, met woorden als normalisering, demedicalisering en bestuurlijke en financiële ontkokering, passen uitstekend in die benadering. Dat vraagt om wetgeving die past bij het Wmo-kader met ruimte voor maatwerk en focus op de burger. Dit is ook door het kabinet toegezegd. Daarom is de VNG blij dat de decentralisatie van de jeugdzorg niet controversieel verklaard is na de val van het kabinet.
Inmiddels hebben de staatssecretarissen van VWS en VenJ de concept-Jeugdwet ter consultatie het land in gestuurd. Dit wetsontwerp is een koude douche geworden. De Jeugdwet is opnieuw sectoraal ingestoken, van toepassing van de Wmo-benadering is weinig meer overgebleven en er worden gedetailleerde verantwoordelijkheden en taakstellingen geformuleerd zonder de gemeenten daarvoor gelijktijdig bevoegdheden te geven. Verschillen tussen de Jeugdwet en de Wmo zijn onder meer: zorgplicht versus compensatieplicht, de relatie Rijk en aanbieders centraal en niet die tussen gemeente en burger, sectorale probleembenadering in plaats van resultaat voor de burger. Ook veel op uitvoering gerichte regels tegenover een grote mate van beleids- en uitvoeringsvrijheid. Het wetsontwerp staat daarmee haaks op ons streven naar een integrale benadering van het sociale domein waarover wij volgende maand nadere voorstellen presenteren. Herstel van de droom waarover consensus bestond, is van groot belang. De wet moet dit niet in de weg staan. Als wij de doelstellingen van de decentralisatie willen bereiken moet de focus zijn: mensen en manieren en niet regels en papieren.
Vindplaats: VNG Magazine 17, jeugdspecial, 7 september 2012, pagina 7
Gemeente Rhenen
Vacature Programmamanager 3 decentralisaties sociaal domeinGemeente Castricum
Directeur BedrijfsvoeringGemeente Veenendaal
© 2010 - 2013, VNG Magazine
Reacties
Geachte heer Pans, uw boodschap onderschrijf ik. Ik verbaas me er over dat deze tekst met al die onderliggende analyses, de uitwisseling van kennis binnen de sector heeft geleid tot hele duidelijke aanbevelingen en die lees ik ook niet terug. Artikel 1.2 lid A plaats weer een schot tussen GGZ en jeugdzorg, een schot waarvan iedereen vond dat het moest verdwijnen vanwege de gescheiden financieringsstromen, de enorme overlap en de ongewenste bijwerkingen die dat oplevert in de levering van zorg.
Ik kom tijdens deze transitie ook weinig bereidheid tegen tot (financiële) innovatie. De VNG adviseert bijvoorbeeld de wijze van inkoop van de jeugdzorg vrij te laten, maar de praktijk is dat nieuwe aanbieders tijdens de transitieperiode niet worden toegelaten tot de 'markt'. Raadsleden hebben zo bar weinig te kiezen over twee jaar als de transitie een feit moet zijn en de transformatie als vanzelfsprekend daaruit moet volgen. De innovatiebudgetten ten spijt. Niet dat er niet geïnnoveerd wordt, met wel alleen met organisaties waarmee al subsidierelaties lopen.
Daarnaast ondersteun ik uw mening dat de transitie onderdeel zou moeten zijn van een totale visie en verandering in het sociale domein. Daar valt bovendien ook veel winst te halen voor de gemeenten. En gezien de taakstelling waarmee deze transitie is belast, is dat geen leuk idee, maar domweg noodzaak.
In deze discussie wordt op dit moment ook steeds sterker de roep gehoord van een verbod op marktwerking. De focus zou mijn inziens niet op de vorm moeten liggen, maar op wat we willen bereiken. Het huidige systeem heeft ons in elk geval geleerd dat het niet (goed) functioneert en ik ben met u van mening dat we die fouten dan ook niet opnieuw moeten gaan maken.
Goede volgorde lijkt me. Eerst evenwichtige gemeentelijke bestuurslaag maken, dan bezien of gemeenten alle extra verantwoordelijkheden aankunnen.
Dat laatste betwijfel ik zeer.
Vervolgens bezien in welke mate stelselherziening wenselijk is met in het achterhoofd het RMO rapport "De ontkokering voorbij".
Ik vrees dat in huidige vorm de voorgestelde stelselherziening zijn doel voorbij zal schieten.
In termen van Dannenberg en enigszins gechargeerd: de medicalisering wordt afgewisseld door de pedagogisering.
Dat is voor sommige kinderen met opvoed en/of opgroeiproblemen en hun ouders/ verzorgers profijtelijk, voor anderen juist niet.
De concept- jeugdwet lijkt nu vooral een wet te zijn die de belangen van de gevestigde partijen een plek probeert te geven en daarmee de essentie uit het oog verliest. De wet stuurt nauwelijks op het waarom en heel veel op het hoe en wat. Er wordt voor gemeenten en burgers gedacht en het concept laat weinig ruimte voor gemeenten en burgers om met elkaar uit te vinden wat nu werkelijk de behoefte is en hoe dat voor elkaar te krijgen. Wat mij betreft vraagt een succesvolle transitie een totaal ander soort wet. Een aanzetje hoe dat er uit zou kunnen zien heb ik gepubliceerd op expeditiejeugdzorg.nl (zie mijn blog) en zal ik indienen als reactie op de concept-jeugdwet.
Laat een reactie achter