Jongerenwerk eenzijdig gericht op jongens

Auteur: Leo Mudde - 04/03/2011

‘Wethouders gezocht’. Die oproep stond onlangs op de homepage van de VNG. Wethouders die het belang van meidenwerk moeten gaan bepleiten bij hun collega’s. Want in het reguliere jongerenwerk komen meiden onvoldoende aan hun trekken, zo blijkt. Dat moet veranderen en om dat te bereiken is Meiden Inc opgericht, een pact van onder meer het JSO expertisecentrum voor jeugd, samenleving en opvoeding, Youth for Christ en de Hogeschool InHolland.

Het begon allemaal met de publicatie van het rapport Emancipatie van het jongerenwerk van het Nederlands Jeugdinstituut NJI. Het jongerenwerk, zo was de conclusie, lijkt vooral jongens te bereiken. Gemeentelijk jeugdbeleid is voor een belangrijk deel gericht op de bestrijding van jongerenoverlast, en dat is in de praktijk vooral jongensoverlast. Meisjes zijn veel minder in beeld als ‘probleemjongeren’. En daardoor krijgen ze niet de aandacht van de gemeente die ze verdienen - en waar ze ook behoefte aan  hebben.
Onderzoekster Mireille Gemmeke erkent dat meiden het over het algemeen beter doen dan jongens. Ze zijn gedisciplineerder, doen het goed op de middelbare school en veel studies op hogescholen en universiteiten tellen meer vrouwelijke dan mannelijke studenten. ‘Maar niet met alle meiden gaat het heel goed. Er zijn er genoeg met problemen. Alleen: daar hebben we geen last van, het zijn vaak naar binnen gerichte problemen en die veroorzaken geen overlast.’
In principe richt het jongerenwerk zich op álle jongeren van tien tot achttien jaar, met extra aandacht voor de groep tussen tien en veertien. Dat is de kwetsbare groep, die de overgang maakt van basis- naar middelbaar onderwijs en gaat puberen. Maar veel van de uren die een jongerenwerker tot zijn beschikking heeft, gaan op aan het praten met, en het bezighouden van jongens die voor overlast zorgen. Zoals de pedagoog Micha de Winter onlangs ook in dit blad opmerkte: wethouders staan onder grote politieke druk om hangjongeren aan te pakken. Het inzetten van het jongerenwerk, een middel dat direct beschikbaar is, ligt dan voor de hand.

Hoofddoelen
Toch is dit slechts een van de drie hoofddoelen van het jongerenwerk. Hoewel er geen eenduidigheid is over de taken van de jongerenwerker, houden deskundigen in het algemeen deze driedeling aan: vrijetijdsbesteding; talentontwikkeling en -vorming; en hulp of preventie bij problemen en overlast. Maar uit het NJI-onderzoek blijkt dat het jongerenwerk soms de speelbal wordt van ‘kortetermijndoelen’, zoals de aanpak van problemen in een bepaalde wijk. Voor de organisaties zelf is overlastbestrijding veel minder vaak een primair doel dan voor gemeenten. ‘Als het al een doel is, dan is dat omdat de gemeente dit vraagt. Voor de organisaties is het voorkomen en aanpakken van overlast geen doel op zich, maar een effect van hun inspanningen.’
De praktijk is dus anders, want doordat jongerenwerkers door de gemeente op overlastgevende jongens worden afgestuurd, raken de meiden ondergesneeuwd - ondanks het feit dat meisjes al heel lang een aparte doelgroep van het jongerenwerk zijn. Eind jaren zeventig surfte het jongerenwerk mee op de tweede feministische golf en in de jaren tachtig stimuleerde en subsidieerde het Rijk veel projecten en activiteiten voor meisjes. Toen werden ook daadwerkelijk veel meiden bereikt. Dat is nu dus anders.

Mode en uiterlijk
Meiden, zo blijkt, worden minder bereikt doordat zij zich niet aangesproken voelen door vooral het aanbod en de activiteiten: rondhangen aan de bar, vechtsporten en ruige uitstapjes zijn meestal niet een girl’s thing. Zij zouden zich meer aangesproken voelen tot mode en uiterlijk, en ook doen zij activiteiten liever in een inloopbijeenkomst dan dat ze zomaar samenkomen om te hangen. Daar komt nog de aparte problematiek van de allochtone meiden bij, die niet mogen meedoen aan gemengde activiteiten.
Is dat erg? Ja, zeggen de onderzoekers, want meiden hebben een eigen problematiek, veelal in de vorm van internaliserende problemen als angsten en depressies, misbruik (waaronder de loverboy-problematiek) en achterstand ten opzichte van jongens als het gaat om opleiding en ontwikkeling naar economische zelfstandigheid. En dan zijn er nog de meisjes die bijna niet de deur uitkomen. ‘Door deze met apart meidenwerk te bereiken, haal je ze uit hun isolement’, zo staat in het onderzoek. ‘Als ze eenmaal binnen zijn, nemen ze eerder deel aan gemengde activiteiten.’
Jongerenbeleid, zegt onderzoekster Gemmeke, moet er zijn voor jongens én meisjes. ‘Wanneer je als gemeente constateert dat je een van de groepen onvoldoende bereikt, dan moet je je afvragen wat je daaraan kunt doen. Daarvoor hoef je niet per se in te zoomen op een bepaalde groep, je komt al heel ver als je met je aanbod voorkomt dat je een groep uitsluit.’

KADER
Wethouders gezocht
Zoals de wethoudersbende onder leiding van de Bossche wethouder Bart Eigeman door het land trok om collega’s warm te maken voor de Centra voor Jeugd en Gezin, zo zou een nieuwe club van wethouders gemeenten enthousiast moeten maken voor het meidenwerk. Fietje Schelling van JSO (expertisecentrum voor jeugd, samenleving en opvoeding) is lid van Meiden Inc, een groep vrouwen die ervoor wil zorgen dat meiden ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen. Zij zegt: ‘Zij zouden goede voorbeelden kunnen uitdragen bij hun collega’s en kunnen vertellen dat het belangrijk is dat jongerenwerkers zich niet alleen richten op de bestrijding van overlast door jongens, maar zich ook inspannen om meiden weerbaarder te maken en activiteiten aan te bieden waarmee ook meiden hun talenten kunnen gebruiken. Ik weet wel dat gemeenten niet over de inrichting van een accommodatie gaan, maar in de voorwaardenscheppende sfeer kunnen zij veel doen.’
Volgens Schelling kan Nederland veel leren van een Duits voorbeeld, het Internationales Mädchenzentrum Gladback in Nordrhein-Westfalen - een meidencentrum dat al sinds 1982 bestaat als educatief intercultureel project. Het bevindt zich in een wijk met een hoog percentage allochtonen en trekt meiden met een islamitische en een christelijke achtergrond. Het is een van de weinige openbare ruimten waar de meiden samenkomen en vrij zijn om zich te ontwikkelen en hun identiteit te versterken.
Maar ook in Nederland zijn goede voorbeelden te vinden, zoals Girls Only in Uden (speciale avonden voor en door meiden georganiseerd), SuperWoman in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes (ontwikkeld door Youth for Christ, maar overdraagbaar naar andere organisaties) en Meidenwil is wet in Almelo.
Meer hierover staat in het rapport Emancipatie van het jongerenwerk van het Nederlands Jeugdinstituut, te vinden op www.nji.nl.

Vindplaats: VNG Magazine nr. 5, 4 maart 2011, pagina 20

Deel dit bericht

0 reacties

Reacties

Laat een reactie achter

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

NIEUWSBRIEF

Naar het nieuwsbriefarchief

De gemeente in 2025

 

 

100 Jaar VNG



Vacaturespot

Start hier met het vinden van uw ideale baan!

Laatste Vacatures

Beleidsmedewerker Welzijn

Gemeente Alphen aan den Rijn

Communicatieadviseur

Gemeente Soest

Teammanager

Gemeente Overbetuwe