Hondenbelasting goed besteed in Soest

Auteur: Paul van der Zwan - 05-11-2010

Ruim tweederde van de gemeenten heft hondenbelasting. De roep om opheffing klinkt regelmatig in gemeenten, want zij vormt geen ‘bestemmingsheffing’. In bijvoorbeeld Soest is de hondenbelasting echter onomstreden. Vrijwel de hele opbrengst ervan gaat wel op aan hondenbeleid.

Hondenpoep strontvervelend! Ruim het op!’; ‘Hondenpoep? Daar trappen wij niet meer in!’; ‘Kakjes in zakjes’. Het is maar een greep uit de leuzen waarmee gemeenten de overlast door hondenuitwerpselen proberen te beteugelen. Niet voor niets: trappen in hondenpoep is één van de grootste ergernissen van burgers.

De link met hondenbelasting is gauw gelegd. Te gauw, blijkt uit de historie van deze belasting. Zij werd in de middeleeuwen ingevoerd om overlast van honden te bestrijden en om de verspreiding van hondsdolheid tegen te gaan. De Gemeentewet maakt heffing van hondenbelasting sinds begin vorige eeuw mogelijk. Niet om hinder van hondenpoep tegen te gaan, maar als een soort transportbelasting; veel karren werden immers getrokken door honden. Dat komt niet meer voor, dus kan de hondenbelasting worden opgeheven, zou je zeggen.
Twee gemeenten hebben dat dit jaar gedaan, Heerhugowaard en Venray. En in ondermeer Groningen, Oldambt en Ridderkerk stond de hondenbelasting recent ter discussie. Desondanks heffen nog steeds 308 van de 430 gemeenten die belasting.
Soest doet dat al sinds 1928. Wethouder Yvonne Kemmerling (D66): ‘Het fenomeen is hier in stand gebleven, puur en alleen omdat we er in de vorige eeuw mee zijn begonnen. Ik kan me niet herinneren dat er hier vraagtekens werden geplaatst bij de hondenbelasting.’

Sterker nog: Soest maakt er veel werk van. De gemeente begon vorige week weer met huis-aan-huiscontroles om te zien of hondenbezitters wel betalen voor hun dieren (zie kader). Kemmerling: ‘Ongeveer tachtig procent van hen meldt de hond zelf aan. Uit oogpunt van rechtvaardigheid proberen we belasting te innen bij zoveel mogelijk hondenbezitters.’
De gemeente controleert jaarlijks eenderde van de adressen. Kemmerling: ‘We kondigen de controles aan. Al voordat we beginnen, leveren die al resultaat op. Dit jaar hadden we ongeveer vijftig preventieve aanmeldingen.’
Hondenbezitters in Soest betalen 67 euro voor de eerste hond en honderd euro voor iedere volgende hond. De ongeveer drieduizend honden in Soest (45.000 inwoners) leveren de gemeente jaarlijks zo’n 225.000 euro op, wat gestort wordt in de algemene middelen van de gemeente. Kemmerling: ‘Voor de controle betalen we tienduizend euro; de administratieve verwerking van de aanslagen kost vierduizend euro per jaar.’
Hoewel de hondenbelasting geen bestemmingsheffing is, doet Soest wel iets voor de hondeneigenaren. In de bebouwde kom zijn terreinen aangelegd waar honden los mogen lopen en gebieden waar honden aangelijnd kunnen worden uitgelaten. Op beide terreinen mag de poep blijven liggen; die ruimt de gemeente op. Fijn voor hondenbezitters en natuurlijk voor niet-hondenbezitters. Kemmerling: ‘Onderhoud van uitlaatplaatsen en het plaatsen van borden kost de gemeente flink wat. Samen met de controles hondenbelasting en de administratie zitten we jaarlijks toch al gauw op de twee ton.’

Geld terug
In een dorp van de Groningse gemeente Ten Boer krijgen betalers van hondenbelasting hun geld terug wanneer de overlast door hondenpoep met een bepaald percentage is teruggelopen. Dat gebeurde na een enquête over de overlast. Het experiment loopt al een jaar en wordt met een jaar verlengd wegens succes.
Betalers van hondenbelasting zouden meer geneigd zijn hondenpoep te laten liggen dan niet-betalers: ze hebben immers betaald voor het opruimen. Kemmerling herkent dat wel: ‘In onze begroting voor volgend jaar is het voornemen opgenomen om onderzoek te doen naar de relatie tussen het niet opruimen van hondenuitwerpselen en het betalen van hondenbelasting.’

In onderzoek naar de wenselijkheid van kattenbelasting ziet ze overigens niets. ‘Die hondenbelasting uit de vorige eeuw is in de wet nu eenmaal niet verruimd tot dierenbelasting. Dus kunnen we niet veel beginnen, als we dat al zouden willen.’

KADER 1
Tarieven hondenbelasting
Van de 430 gemeenten kennen er 308 hondenbelasting, zo blijkt uit de Atlas van de lokale lasten 2010 van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden. Dit jaar schaften Heerhugowaard en Venray die belasting af, Oldambt/Scheemda voerde haar juist in.
De opbrengst van de hondenbelasting komt terecht in de pot algemene middelen. Gemeenten zijn dus niet verplicht de inkomsten te gebruiken voor bijvoorbeeld het opruimen van hondenpoep. Ze mogen de hondenbelasting wel het karakter geven van een bestemmingsheffing. Zo kunnen honden van mensen die buiten de bebouwde kom wonen, worden vrijgesteld van de belasting.
Gemeenten kennen verschillende tarieven voor hondenbelasting. Binnen een gemeente is dat soms per hond evenveel; in andere gemeenten loopt het tarief per hond op met het aantal honden.
De eigenaar van één hond betaalt gemiddeld 57 euro per jaar. Dat is een stijging van één procent ten opzichte van 2009. Blijven de gemeenten zonder hondenbelasting buiten beschouwing, dan is dat tarief zeventig euro, anderhalf procent meer dan vorig jaar.
De grootste tariefverhoging kende Westvoorne (59 procent). Maar die gemeente zit met haar tarief van 55 euro nog steeds onder het landelijk gemiddelde.

KADER 2
‘Klopt het dat u een hond heeft?’
Erg groot is de vangst niet voor Wim de Bruin, controleur hondenbelasting die is ingehuurd door de gemeente Soest, wanneer VNG Magazine een uurtje met hem meeloopt. Slechts één niet-geregistreerde hond op zo’n tien huizen. En of daar opzet in het spel is, valt te betwijfelen. De bewoonster leeft in de veronderstelling dat haar man hun hond had aangemeld. Ze vult direct het aangifteformulier in dat De Bruin haar aanbiedt. Er valt geen onvertogen woord. De vrouw vindt het prima dat de gemeente controleert en heeft er ook geen bezwaar tegen dat ze hondenbelasting moet betalen. ‘Als je kijkt hoeveel rommel mensen soms achterlaten van hun honden, dan vind ik het logisch dat ze moeten betalen. De gemeente kan het immers opruimen. En de gemeente zorgt ook nog voor speciale uitlaatplekken.’

Deurbezoeken
Het is eigenlijk het verhaal van alle deurbezoeken die middag. Mensen met honden staan achter de hondenbelasting, mensen zonder eveneens. Het heeft wellicht te maken met de bedachtzame benaderingswijze van De Bruin, ambtenaar in ruste die met twee collega’s voor drie weken is ingehuurd door de gemeente Soest. De Bruin werkt al vier jaar voor een bureau dat de hondenbelasting controleert in tachtig gemeenten. Hij weet dus hoe op te treden. Nadat hij heeft gebeld, doet hij enkele passen terug. ‘Als je te dichtbij staat, kan dat intimiderend overkomen.’ Zijn vragen formuleert hij tevoren. Aan mensen van wie al een hond geregistreerd staat, vraagt hij niet ‘heeft u een hond’. Dat lijkt te zeer op een strikvraag. ‘Klopt het dat u een hond heeft?’, luidt in die gevallen de openingsvraag. Bij mensen die niet opendoen, doet De Bruin een flyer in de bus. Daarin staat dat de controleur wellicht nog eens terugkomt en hoe nog niet geregistreerde honden kunnen worden aangegeven. ‘Bij woningen waar we wel een hond in ons systeem hebben, maar waar mensen niet thuis zijn, doe ik geen flyer in de bus. Dat kan weerstand opwekken omdat ze immers al wel een hond hebben aangegeven.’
De Bruin geeft toe dat het niet altijd zo loopt als die middag. ‘Ik krijg heel vaak te maken met defensieve reacties.’ Hij zal ook nooit bij mensen naar binnen gaan om poolshoogte te nemen. ‘Dat is zo afgesproken met de gemeente.’

Jaarlijkse controles
De gemeente Soest houdt ieder jaar controles. Nadat aan het begin een honderdprocentmeting is verricht, lopen de controleurs jaarlijks eenderde na van de adressen. De Bruin krijgt die op van de gemeente. Ze zijn doorgaans willekeurig, aldus Marijke van Kleef van de afdeling Belastingen van Soest. De gemeente doet niet direct iets met tips van buren, maar die worden wel nagetrokken bij de jaarlijkse controle.
Van Kleef: ‘Maar als mijn collega’s of ik zelf iets opvangen, trekken we dat wel na. Zo las ik vanmorgen een stuk in de krant over een huis met vier bewoners en zes honden. Die honden blijken niet geregistreerd te staan.’ Er is inmiddels een controleur langs geweest. ‘Er was één bewoner thuis, die heeft een hond aangemeld. Als de andere vijf honden binnen drie weken niet zijn aangemeld, dan moet die ene bewoner betalen voor alle zes honden. Maar het zal wel goed komen.’
Die kans is groot, afgaand op de bereidheid van Soestenaren om hondenbelasting te betalen. En zelfs nog meer, zo blijkt bij het kleine rondje controles.
Ongeveer driekwart van de bewoners die opendoen, vindt ook kattenbelasting noodzakelijk. Meer nog dan hondenbelasting. Een bewoner: ‘Ik heb zelf twee katten. Gek dat ik daar geen belasting voor hoef te betalen, want die zorgen misschien nog wel voor meer overlast dan honden.’

Vindplaats: VNG Magazine nr. 25, 5 november 2010, pagina 26 e.v.

Tags:

BELASTINGEN, HOND

Deel dit bericht





NIEUWSBRIEF

Naar het nieuwsbriefarchief

Debat on Tour

Vacaturespot

Start hier met het vinden van uw ideale baan!