Zaanstad gaat door met decentralisatie sociaal domein

Auteur: Klaas Salverda – 07/09/2012

Door de val van het kabinet en het controversieel verklaren van de Wet werken naar vermogen en Begeleiding & Dagbesteding zijn verschillende decentralisaties in de ijskast gezet. Na de verkiezingen van komende woensdag wordt duidelijk of het nieuwe kabinet en de nieuwe Kamer de drie grote stelselwijzigingen de komende jaren alsnog willen realiseren. De gemeente Zaanstad gaat onverminderd door met de voorbereidingen voor een eigen aanpak: op weg naar een ‘participatiemaatschappij’ waarin voorzieningen niet langer een automatisme zijn.

Per 1 januari zou de veelbesproken regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt ingaan: de Wet werken naar vermogen die de Wet werk en bijstand, de Wajong en de Wet sociale werkvoorziening moet hervormen. De bedoeling was ook dat gemeenten vanaf 1 januari verantwoordelijk worden voor mensen die voor het eerst, of opnieuw, een beroep doen op extramurale begeleiding.
In het voornemen om de jeugdzorg in 2015 te decentraliseren is door de val van het kabinet geen verandering gekomen. Maar de Wet Zorg voor Jeugd moet nog wel helemaal door het parlement.
In de aanloop naar de drie omvangrijke taakverschuivingen kreeg het college van Zaanstad dit voorjaar de hele raad mee in het voornemen de drie decentralisaties ‘in samenhang te bezien en waar mogelijk integraal op te pakken’. Zaanstad ziet in de drie decentralisaties het begin van een complete ‘transformatie van het maatschappelijk domein’.
De gemeente maakt er geen geheim van dat zij de trend wil keren waarbij er als volkomen vanzelfsprekend een beroep op de overheid en op zorg en (inkomens)ondersteuning wordt gedaan. De gemeente voert hiervoor twee redenen aan: de samenleving is financieel niet in staat dit voort te zetten en het gemeentebestuur gelooft erin dat mensen er sterker van worden als ze de regie over hun eigen leven hebben.

Eerste gemeente
Zaanstad is naar eigen zeggen de eerste gemeente in Nederland die met een Factlab het gebruik van verschillende voorzieningen door huishoudens in kaart brengt. PvdA-wethouder Corrie Noom (begeleiding en jeugdzorg): ‘Om integraal beleid te voeren moet je wel goed geïnformeerd zijn.’ Het probleem was echter dat de informatie versnipperd aanwezig is bij maatschappelijke organisaties en overheden. Zo kon de gemeente tot voor kort geen analyse maken van voorzieningen op huishoudniveau en dus ook geen conclusies trekken over samenloop van gebruik van voorzieningen.
Via het kwantitatieve onderzoek Factlab verwierf de gemeente samen met maatschappelijke partners inzicht in de mate waarin huishoudens gebruikmaken van diverse voorzieningen op het gebied van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en werk & inkomen. Om recht te doen aan de privacy van de gegevens zijn alle partners in een laboratoriumsetting bij elkaar gekomen. Op één middag zijn de gegevens vanaf een USB-stick ingelezen, ter plekke aan elkaar gekoppeld op huishoudniveau en vervolgens geanonimiseerd. Pas daarna volgde een eerste analyse. Die bevestigde overigens de hypothese dat het aantal mensen onder de Zaanse bevolking dat gebruikmaakt van voorzieningen een minderheid is, maar dat bij degenen die dat daadwerkelijk doen, dikwijls meer voorzieningen naast elkaar lopen. Tegelijkertijd bevestigde het de gedachte dat bepaalde wijken meer van overheidsvoorzieningen gebruikmaken.
Daarna volgde een actieonderzoek onder de curieuze benaming ‘Hemelse Modder’ waarin de gemeente zichzelf de vraag stelde hoe de drie decentralisaties kunnen worden aangegrepen om de kwaliteit van ondersteuning aan inwoners te verbeteren.

Ideale oplossing
Aan tien gezinnen die al gebruikmaken van ondersteuning, werd gevraagd wat hún ideale oplossing zou zijn. Zo leerden de verschillende instellingen hoe je los van de voorzieningen maatwerk kunt leveren vanuit het eigen perspectief van het gezin. Een tweede, meer volledige analyse moet nog gebeuren. Dat kan nu ook UWV en de regionale GGZ-instellingen medewerking hebben toegezegd, vertelt Noom. De combinatie van het kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek zorgt voor een completer beeld van het bestaande en gewenste voorzieningengebruik in Zaanstad.
In een brief aan minister Kamp van SZW vragen Noom en haar collega-wethouder Barbara Visser (werk en inkomen) om vanuit de verschillende ministeries zorg te dragen voor een ‘goede en tijdige overdracht van de gegevens’ aan de gemeenten. Natuurlijk rekening houdend met privacygevoeligheid, maar wel zo dat ook ontbrekende partijen mee kunnen werken aan het Factlab om tot een beleidsanalyse te komen. Op het schrijven is intussen ambtelijk een reactie gekomen die bevestigt hoe belangrijk het is om informatie te hebben.

Wat zou u het kabinet verder willen adviseren?
Noom: ‘Als het nieuwe kabinet ook de overtuiging heeft dat het kwalitatief en financieel beter is om gemeenten verantwoordelijk te maken voor het sociaal domein, zou ik zeggen: handel daar dan ook naar. Klop ons dan niet terug in kokertjes en ga als Rijk al helemaal niet op onze stoel zitten. Ontschot-ting, een goede duiding van de beleidsvrijheid die wij nodig hebben en natuurlijk heel goede afspraken over de financiën: om dat soort randvoorwaarden draait het. En om tijd en ruimte voor lokale experimenten, om aan den lijve te ervaren hoe het is om die taken te doen.’
Als uitwerking van de vier principes achter de Zaanse aanpak – preventie, eigen regie, integrale benadering en een vangnet voor wie het echt nodig heeft – gaat de gemeente de komende tijd experimenteren met gebiedsgerichte teams in het sociaal domein. Twee wijk- en twee jeugdteams trekken gericht de wijken in.

Werk
Wethouder Barbara Visser zei onlangs in een regionale krant dat ‘de burger weer de regie geven’ ook betekent dat de gemeente veel sterker wil inzetten op het aan het werk krijgen van mensen: ‘Hier vlakbij zitten grote bedrijven die Polen moeten inschakelen terwijl wij hier jongeren thuis hebben zitten. Moet je nagaan: zij hebben in Oost-Europa accountmanagers rondlopen om personeel te werven. Dan doen we toch iets fout.’
Kan het zijn dat wat Zaanstad wil en wat het Rijk met de Wet werken naar vermogen voorstaat niet eens zo veel van elkaar verschilt? Wethouder Visser, die zeer binnenkort naar Den Haag vertrekt omdat zij hoog op de kandidatenlijst van de VVD staat, begint lokaal: ‘Ik vind het voor de wijkteams die nu in onze gemeente aan de slag gaan, essentieel dat zij niet worden vastgepind op beleidsregels en dat zij zelf financiële verantwoordelijkheid dragen. De kern van de drie decentralisaties is maatwerk. Dat zou onder meer moeten betekenen dat je niet achteraf wordt gepakt op de verantwoordingsinformatie. Met de huidige systematiek gaat dat niet lukken. Ik zal in de Kamer graag een pleidooi houden voor maatwerk. Omdat gemeenten dat het best kunnen beoordelen en het lokaal het best kunnen. Oplossingen staan centraal en niet de beleidsregels, ook al zal dat ook van gemeenten om een totaal andere aanpak vragen.’

Als we een paar jaar verder zijn, wat is dan idealiter het eindbeeld?
Noom: ‘De opbouw van de verzorgingsmaatschappij nam tientallen jaren. Dan is het volgend jaar niet ineens anders. Misschien hebben we over vijf jaar de trend te pakken en zien we dan dat mensen meer van hun eigen kracht uitgaan. Daarvoor brengen we in elk geval de beweging op gang. Ik hoop dat we over een paar jaar kunnen zeggen dat meer mensen zelf de regie hebben over hun leven. Al zal er altijd een groep mensen zijn die ondersteuning en hulp van de overheid nodig heeft. Voor hen moeten wij er ook zijn. Maar die taak kunnen we beter vervullen als mensen die het niet echt nodig hebben, door eigen kracht in de samenleving staan en niet of minder een beroep doen op voorzieningen.’
Visser: ‘Het doel is zorgen dat mensen niet meer voor hun inkomen en zorgvragen afhankelijk zijn van de overheid. We gaan uit van werk, eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid – en daarvoor beginnen we bij de mensen zelf. Misschien komen zij wel met heel andere oplossingen dan wij bij de gemeente gewend waren te denken. Dat hoort allemaal bij de zoektocht die we ingaan.’
Zaanstad treft absoluut een partner in de VNG. De koepelorganisatie hield afgelopen maandag en dinsdag ledenbijeenkomsten (zie pg. 30, VNG Nieuws, red.) waar ook is gesproken over de barrières waar gemeenten die met een integrale aanpak experimenteren, tegenaan lopen. In samenspraak met de leden werkt de VNG aan een plan dat bij de kabinetsformatie wordt ingezet. Wat de VNG betreft komt er één regeling voor het hele sociale domein. ‘Samenhang aanbrengen tussen jeugd, werk en zorg is eigenlijk geen vrijblijvende keuze meer’, vindt de VNG.
Zie ook het dossier ‘Transitie van het sociale domein in Zaanstad’ op www.vng.nl. Daar staat ook de ‘Gezamenlijke visie en opgaven drie decentralisaties’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in maart 2012.

KADER 1
Cijfers en feiten
Bijna een kwart (24 procent) van alle huishoudens in Zaanstad maakt gebruik van een of meer voorzieningen en/of regelingen. Of dat nu veel of weinig is, kan de gemeente niet zeggen, omdat zij geen eerdere of andere meting heeft om mee te kunnen vergelijken. Van de huishoudens met een voorziening heeft 59 procent er twee of meer. Dat is dus een flinke meerderheid binnen het totaal aantal gebruikers. Een derde (33 procent) heeft drie of meer voorzieningen. Eén huishouden in Zaanstad heeft welgeteld vijftien voorzieningen. Daarnaast kwam uit de analyse een herkenbaar beeld van de wijken waar de meeste huishoudens zijn met een of meer voorzieningen. Dit zijn buurten waar andere signalen, bijvoorbeeld rond armoede, bekend zijn en waar al een intensievere aanpak gerealiseerd wordt. De analyse geeft ook een beeld van de samenlopen van voorzieningen.
Bron: brief gemeente Zaanstad aan minister Kamp, maart 2012.

KADER 2
Flitsen uit de visie van Zaanstad
* ‘Er is in Nederland in de afgelopen decennia een verzorgingsstaat opgebouwd; een staat die de zorgen van mensen als het gaat om gezondheid, welzijn, inkomen overneemt en risico’s op zich neemt. Verschillende maatschappelijke trends vragen om een nieuw samenspel tussen overheid, burgers en maatschappelijke partners op het brede maatschappelijke domein.’

* ‘Er ontstaat een nieuwe balans: recht op voorzieningen is geen automatisme, maar er is wel een goed georganiseerd vangnet voor wie dat echt nodig heeft. Een vangnet voor mensen met een ernstig fysieke, verstandelijke of geestelijke beperking en anderen die het niet zelf redden. Dat vangnet is geen kwestie van generieke regels of criteria, maar van effectieve aanpak en voorzieningen, oftewel: maatwerk.’

* ‘Een gezamenlijke, maatschappelijke inzet op preventie, een groter beroep op eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid en een integrale aanpak met effectieve voorzieningen, betekent een rolverschuiving voor de gemeente. Een andere, regisserende rol met als centraal thema: van zorgen voor naar zorgen dat.’

* ‘De centrale opgave voor de komende tijd is: hoe kunnen we de maatschappij samen zo vormen dat mensen zelf en met hulp van anderen hun problemen oplossen, waardoor zij zo min mogelijk afhankelijk zijn van de overheid of daar een beroep op hoeven te doen.’
Bron: ‘Gezamenlijke visie en opgaven drie decentralisaties’ (maart 2012).

Vindplaats: VNG Magazine 17, jeugdspecial, 7 september 2012, pagina 14

0 reacties

Reacties

Laat een reactie achter

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

NIEUWSBRIEF

Naar het nieuwsbriefarchief





App VNG Magazine



Vacaturespot

Start hier met het vinden van uw ideale baan!