Auteur: Simon Kooistra -17/02/2012
‘Ik ben een outsider en hoop dat te blijven. Er zijn al genoeg insiders. Ik houd liever een frisse blik.’ Aldus Pieter Broertjes (59), die na ruim dertig jaar journalistiek burgemeester van mediastad Hilversum werd. Ruim zeven maanden is hij daar nu aan de slag en hij blijft zich dagelijks verbazen. ‘Een klassieke bestuurder zal ik nooit worden.’
‘De journalistieke habitus zit in mijn genen. Ik ben te oud om daarin te veranderen’, zegt Pieter Broertjes, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant. ‘Ik zie dat als voordeel. Met de blik van een buitenstaander kun je helderder analyses maken over wat er moet gebeuren. In mijn nieuwe functie loop ik wel aan tegen de complexiteit van veel zaken, waar ik vroeger nooit bij stil heb gestaan. De charme van de eenvoud is er niet meer. Iedereen denkt dat de burgemeester het voor het zeggen heeft, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik ben een boegbeeld. Het is prettig dat ik overal kan binnenlopen en geen introductie nodig heb. Ik kan mensen bij elkaar brengen en op die manier snel zakendoen. Maar als het er op aankomt, bepalen de wethouders en de raad wat er gebeurt.’
Lef
Het burgemeestersambt is toevallig op zijn pad gekomen. ‘Het had ook een wethouderschap kunnen zijn. Ik was na mijn hoofdredacteurschap op zoek naar iets nieuws dat bij mij paste. Ik sta graag aan het roer. Mijn voorganger Ernst Bakker haalde me over de streep. Hij vond het burgemeesterschap van Hilversum echt iets voor mij. Ik had er zelf nooit aan gedacht. Het getuigt van lef dat de raad mij heeft gekozen. Ik had immers geen ervaring in het lokaal bestuur. Het wordt mij gegund omdat mensen het gevoel hebben dat het goed is dat hier iemand zit met verstand van de media. Ik denk dat ik de raad hierin niet teleurstel. Ik heb zojuist mijn eerste functioneringsgesprek gehad. De raadsleden zien mijn toegevoegde waarde voor de stad.’
Broertjes wil Hilversum ontwikkelen tot Media Valley. Hij heeft, samen met mediawethouder Jan Rensen, net een gesprek achter de rug met mediatycoon Joop van den Ende. ‘Ik wil van hem horen welke kansen hij voor Hilversum ziet. Hij kwam met het voorbeeld van Hamburg, dat zich als musicalstad wil profileren. Wij zijn al mediastad, maar we hebben er nog weinig consequenties aan verbonden. Ik probeer in Hilversum de ramen open te gooien en goede mensen binnen te halen. Ik zie mezelf als verbinder.’
Voordat hij in Hilversum begon, liep Broertjes stage bij de collega’s van Amsterdam, Rotterdam, Amersfoort, ’s-Hertogenbosch, Nijmegen, Utrecht en Groningen. Daarbij ging hij journalistiek te werk: ‘Ik liep met ze mee en hoorde ze uit. Ik kon overal vragen stellen en observeren. De verschillen zijn groot. De een neemt het voortouw om dingen gedaan te krijgen en de ander leunt meer achterover en laat de bal het werk doen, hij bewaakt alleen het proces. Dit hangt niet alleen af van de persoon, maar ook van de ruimte die de raad en het college geven.’
Broertjes beschouwt Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, als zijn grote voorbeeld. ‘Zijn activistische bestuursstijl spreekt me aan. Meer het type van de advocaat en mediator dan van de klassieke burgemeester. Van Ahmed Aboutaleb in Rotterdam was ik ook onder de indruk, maar die is minder naar buiten gericht. Formeler, maar wel een sterk bestuurder.’
Eigen koers
‘Het runnen van het openbaar bestuur is geen hogere wiskunde, voorbehouden aan een kleine elite of kaste’, concludeert Broertjes na zijn eerste kennismaking met het vak. ‘Ik moet me nog bewijzen, heb bijvoorbeeld nog geen ramp meegemaakt, maar merk wel dat mijn leeftijd een voordeel is. Ik had dit niet gekund toen ik dertig was. De kunst is je eigen koers vast te houden bij een raad en college die over elkaar heen buitelen. Nu buitelde bij de krant ook iedereen over elkaar heen, dus als vooropleiding is de journalistiek zo gek nog niet. Onlangs wilde de gemeenteraad me dwingen bezuinigingen op de brandweer eerst aan de raad voor te leggen. Toen dacht ik aan oud-minister Vredeling van Defensie, die beroemd werd met zijn uitspraak dat congressen geen straaljagers kopen. Dus zei ik: “U gaat niet over het wel of niet uitnemen van brandweervoertuigen. Daar gaat de burgemeester over. Als het niet goed is, hoor ik dat later wel.” Op zo’n moment komt een beetje levenservaring goed van pas.
‘Als hoofdredacteur van de Volkskrant moest ik 250 kikkers in de kar proberen te houden. De voorzitter van de benoemingscommissie zei bij mijn aantreden: “Als je dat is gelukt, moet je de gemeenteraad ook aankunnen”. Tot nu toe heeft de raad me coulant behandeld. De burgemeester wordt met iets meer respect bejegend dan een hoofdredacteur. Maar misschien heb ik als beginneling meer krediet. De wittebroodsweken zijn nog niet helemaal voorbij.’
Fabriek
Met sociologische blik beschouwt Broertjes de gemeente als een fabriek, die ook zonder hem functioneert. ‘Ik ben de kers op de taart’, zei hij vlak na zijn aantreden. Nu: ‘Ze hebben je vooral nodig vanwege je handtekening. Je legitimeert een bepaald proces. Door jouw handtekening is er opeens een document dat er blijkbaar toe doet. Ik heb nog nooit zo veel handtekeningen gezet als de afgelopen zeven maanden. Als ik een stuk onder ogen krijg, is de inhoud al afgetimmerd. Ik haal er nog weleens een spelfout uit, dat kan ik niet laten.’
Waar Broertjes niet aan kan en wil wennen, is het gebrek aan deadlines. ‘Je kunt als ambtenaar om vijf of zes uur de deur uitlopen en denken: morgen is er weer een dag. Niemand vraagt of je klaar bent met je werk. In de journalistiek mag je de deur niet uit voordat je stuk af is. Die mentale houding zou ik graag kopiëren. Maar ik ben natuurlijk gedeformeerd. Laatst zei een medewerker tegen mij dat ik door het gebouw ren alsof ik elke dag nog een krantje moet maken. In mijn eentje kan ik de mentaliteit niet veranderen, dus moet ik een kritische massa organiseren. Maar daar heb ik nog even de tijd voor.’
Broertjes wil meer oog voor resultaten in plaats van regels. ‘Als je dertig dagen hebt om een vergunning af te geven, kun je wachten tot die termijn bijna verstreken is. Maar waarom zou je het niet vandaag of morgen doen? Gelukkig zijn er genoeg creatieve ambtenaren die oplossingsgericht denken en zo nodig gebruikmaken van de mazen van de wet om tot een beter resultaat te komen.’
Soms staan de regels een oplossing in de weg. Zo kreeg Broertjes rond de jaarwisseling te maken met vuurwerkoverlast. Een zware bom was ontploft en hoge vuren teisterden woonwijken. Veel politie en brandweer op de been, die tot verbijstering van de burgemeester niettemin spraken van een rustige nacht. ‘Ik was niks gewend. Zat andere jaren altijd thuis met een oliebol op de bank.’ Na vragen van GroenLinks antwoordde Broertjes dat hij de overlast wilde beperken door de termijn voor het afsteken van vuurwerk te bekorten, maar na raadpleging van zijn jurist moest hij hierop terugkomen. De landelijke wetgeving laat dat niet toe. ‘Andere burgemeesters, zeker die met een juridische achtergrond, weten misschien beter wat hun marges zijn en branden hun vingers er niet aan. Ze zijn voorzichtiger en minder uitgesproken. Ik weet nu dat ik bij de Tweede Kamer moet zijn om de regels voor het afsteken van vuurwerk te veranderen en daar gaat veel tijd overheen. De marges voor veranderingen zijn smal, zoals ik van Joop den Uyl heb geleerd. Maar ik blijf roepen wat ik vind.’
Gooiland
Dat doet hij ook over andere onderwerpen, hoe gevoelig ook. ‘Ik heb een debat geëntameerd over de toekomst van het Gooi. Negen gemeenten op een postzegel is heel veel. Moet je niet naar een groter geheel? Ik heb Gooiland als punt op de horizon gezet. De krant sprong er meteen op in met een enquête. Zestig procent van de bevolking blijkt tegen. Broertjes heeft verloren, luidde de conclusie. Ernst Bakker had me nog wel gewaarschuwd: het moet die kant op, maar heb het er maar niet over, want dat is levensgevaarlijk. Die krampachtigheid heb ik uit de discussie willen halen en dat is in elk geval gelukt.
‘Het aanjagen van het debat vind ik een prettige rol. Dat is ook journalistiek: zorgen dat er open over wordt gesproken, zonder de hand voor je mond te moeten houden, omdat het zo gevoelig ligt. Laten we alsjeblieft nadenken over intensievere samenwerking, want de urgentie neemt met de dag toe. Gemeenten krijgen steeds meer bevoegdheden. Als je klein bent, kun je dat op den duur niet meer aan. Je hebt een grotere schaal nodig om de toekomst te weerstaan. Als voorzitter van het gewest werk ik aan een strategische regionale agenda voor bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Een tijdrovend proces. Dezelfde onderwerpen staan wel tien keer op de agenda van diverse overlegorganen. Collega’s gaan hier routinematig mee om. Ze zijn eraan gewend dat de beleidsmolen langzaam draait. Laat mij dan maar lekker de outsider blijven die vraagt wanneer er nu eindelijk eens een besluit wordt genomen.
‘Ik zie intensievere regionale samenwerking als eerste stap. Als Gooiland één geheel is, heb je een stad van circa 250.000 inwoners. Dan kunnen we makkelijker schakelen met Utrecht, Amersfoort, Almere en Amsterdam en worden we niet voorbijgelopen. Wij hebben een unieke scharnierfunctie tussen die andere grote steden. Liever samenwerken dan concurreren. Laatst sprak ik hierover met wethouder Carolien Gehrels van Amsterdam. Ik heb tegen haar gezegd dat ik het prima vind om lid te zijn van de metropool Amsterdam, als zij bijvoorbeeld in haar contacten met buitenlandse mediabedrijven aan ons denkt en erop wijst dat op achttien minuten van de hoofdstad een prachtig mediapark ligt. Dan zien ze me misschien als een soort viceburgemeester van Amsterdam, gestationeerd in Hilversum, maar dat kan me niets schelen.
‘Het gaat me bij Gooiland niet om mijn eigen positie. We spreken over 2020 en later, dan zit ik misschien al in het Rosa Spier Huis. Maar de vitaliteit van de regio is er wel mee gediend dat we er nu al over nadenken.’
Vrije rol
Worden deze ideeën gedragen door het college? Broertjes: ‘Ik loop een beetje voorop, maar ben nog niet teruggefloten. De wethouders gunnen mij een vrije rol in het debat. Het zou nog meer impact hebben als de politieke partijen van de negen gemeenten meedoen. De VVD is in deze regio het grootst. Waarom steken de negen fracties van die partij de koppen niet bij elkaar om te bedenken wat ze willen in plaats van dat voor elke gemeente apart te doen? Als zij het willen, gebeurt het ook. De politieke partijen en de gemeenteraden gaan erover, niet ik. Ik probeer alleen de geesten rijp te maken voor verandering.’
Broertjes hecht aan zijn vrije rol. ‘Van mij accepteren ze dat meer dan van een partijpoliticus. Ik voel me meer bestuurder dan politicus. Mijn partijkleur is niet zo relevant in deze functie, dus die heb ik ook niet in stelling gebracht bij mijn sollicitatie. Ik vind het geen rare gedachte van collega Bernt Schneiders om te kiezen voor partijloze burgemeesters. Wij staan boven de partijen. Eberhard van der Laan heeft me op het hart gedrukt dat ik me niet als PvdA-politicus moet afficheren, want dat willen burgers niet. Burgers willen dat je van hen allemaal bent. Om die reden ga ik ook niet naar het PvdA-congres, hoewel ik het leuk zou vinden daar rond te lopen.’
Lastige paradox
Hoe kijkt Broertjes aan tegen het gecombineerde voorzitterschap van de raad en het college? ‘Als een lastige paradox. Ik sprak laatst met Hans Wiegel, die toegaf dat de wetgever dit verkeerd heeft bedacht. Je moet er mee dealen en dat lukt ook wel. Ik vind de raad ingewikkeld, maar leuk. Het is ook een spel. Ik voel me echt wel de voorzitter. Maar als je me vraagt wat prevaleert… Het college vergadert elke week en de raad eens per maand. Ik wil graag de stad besturen en het liefst op een zo efficiënt mogelijke manier. Dat gaat makkelijker in het college, omdat het in kleiner verband is en je elkaar directer aanspreekt. In het college hebben we ons doelen gesteld die we willen uitvoeren. De raad is veel amorfer en politieker. Dat is geen team. De leden kunnen het elkaar enorm lastig maken. Elke partij wil haar zegje doen, terwijl de uitslag voorspelbaar is, want de coalitie wint meestal. Laat de oppositiepartijen meer samenwerken, denk ik dan. De raad is niet altijd consequent in zijn besluitvorming. Als ik dat roep, helpt dat weinig, want de raad is de baas. Ik mag er bijna niks zeggen. Ik permitteer me weleens een opmerking, maar dan krijg ik meteen voor de voeten geworpen dat ik technisch moet voorzitten. Een aparte raadsvoorzitter zou in de praktijk makkelijker zijn.’
Broertjes ziet zijn taak vooral ook buiten de muren van het stadhuis. ‘De gemeente is voor veel mensen onzichtbaar, terwijl iedereen in een gemeente woont. Laatst sprak ik bij de Rotaryclub. Allemaal hoogopgeleide mensen, maar ze weten nauwelijks wat de gemeente doet. Ze weten bijvoorbeeld niet dat de gemeentesecretaris leidinggeeft aan zeshonderd ambtenaren. Daarom moeten we op pad om ons verhaal te vertellen. Ik heb ook tegen de wethouders gezegd dat ze meer de straat op moeten gaan en onze zichtbaarheid moeten vergroten. Prins Claus zei ooit: “Als je iets wilt veranderen, moet je mensen eerst zien te overtuigen. Dat kan alleen als je ze goed informeert”. Daar ben ik het roerend mee eens. Als wij de burgers van één Gooiland willen overtuigen, moeten we eerst de kennis overdragen. Waarom zouden ze anders vóór zijn?’
‘Ik heb nog nooit zo veel handtekeningen gezet als de afgelopen zeven maanden’
KADER
Wie is Pieter Broertjes?
1952: geboren in Den Haag
1973 - 1979: studie sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Utrecht
1979 - 2010: journalist bij de Volkskrant, vanaf 1995 hoofdredacteur
1998 - 2006: voorzitter Genootschap van Hoofdredacteuren
2006 - heden: bijzonder lector cross-media journalistiek aan de Hogeschool Utrecht
2007 - heden: voorzitter Raad van Toezicht World Press Photo Foundation
2011 - heden: burgemeester van Hilversum
Vindplaats: VNG Magazine nr. 4, 17 februari 2012, pagina 16 e.v.
Gemeente Alphen aan den Rijn
CommunicatieadviseurGemeente Soest
TeammanagerGemeente Overbetuwe
© 2010 - 2012, VNG Magazine
Reacties
Laat een reactie achter