Auteur: Leo Mudde - 03/02/2012
Gemeenten maken zich op voor de komst van de Wet werken naar vermogen. Het lijkt iets volstrekt nieuws, maar in de Verenigde Staten werken ze er al twintig jaar mee.
Wie kan werken, moet werken. Dat is de filosofie achter de Wet werken naar vermogen die op de gemeenten afkomt. De Wwnv vervangt maar liefst vier bestaande wetten: de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet investeren in jongeren (WIJ), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Een megaoperatie, vergelijkbaar met de invoering een paar jaar geleden van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Gelukkig hoeft Nederland het wiel niet opnieuw uit te vinden. Een ander land ging ons voor. Daar wordt al twintig jaar gewerkt met een soortgelijke wet.
Dat land is, of all places, de Verenigde Staten. Niet bepaald het eerste waar je aan denkt als je het hebt over landen die op het gebied van werk en inkomen als voorbeeld voor Nederland kunnen dienen. Nederland haalt zijn voorbeelden meestal uit Noord-Europa - uit Zweden of Finland. Maar in dit geval lijkt het nuttiger naar de andere kant van de plas te kijken.
Zegt Kees de Zeeuw, fractievoorzitter van D66 in de gemeenteraad van Waalre en in het dagelijks leven directeur van een bureau dat studiereizen organiseert. Onder andere naar de Verenigde Staten. Daar werd in 1990 de Americans with Disabilities Act (ADA) van kracht, een wet die discriminatie van mensen met beperkingen verbiedt. Bij de ondertekening van de wet zei toenmalig president George Bush: ‘Let the shameful wall of exclusion finally come tumbling down.’
Het was een uiting van de Amerikaanse droom: wie je ook bent, als je wilt kun je het máken - of in ieder geval een baan krijgen. De Zeeuw vermoedt dat die grondhouding er ook aan bijdraagt dat werkgevers gehandicapten in dienst willen nemen. Maar, voegt hij daaraan toe, een beetje opportunisme is ondernemers niet vreemd. ‘Ze kunnen met hun beleid goede sier maken op de arbeidsmarkt.’
‘Diversiteit’ is het sleutelwoord op de Amerikaanse arbeidsmarkt, zegt De Zeeuw. ‘Voor ondernemers is het een business-case die gewoon geld oplevert. En dan hebben we het niet over een paar procent van het personeelsbestand, er zijn voorbeelden van bedrijven waar veertig procent van de medewerkers een beperking heeft. Overigens is dat begrip daar veel breder dan hier. Wij denken aan mensen zonder arm of been, of met een verstandelijke handicap, daar gaat het over de hele onderkant van de arbeidsmarkt.’
‘Ik vermoed dat de instelling van ondernemers te maken heeft met de Amerikaanse invulling van het begrip "menswaardigheid". Dat betekent daar: je kunnen ontwikkelen, kunnen deelnemen en beschikken over een inkomen. Het verstrekken van een uitkering past niet in die definitie van menswaardigheid.’
Natuurlijk ziet ook De Zeeuw de twee kanten van de Amerikaanse medaille, de kloof tussen de heel rijken en de heel armen. Toch is hij ervan overtuigd dat de Amerikanen oprecht gemotiveerd zijn om iedereen aan het werk te krijgen. ‘Ze steken hun geld ook in de projecten, niet in de eigen accommodaties bijvoorbeeld. In Nederland zit het UWV altijd op A-locaties. Waarom eigenlijk?’
De werkloosheid in de VS is lager dan het gemiddelde van de Europese Unie, zegt De Zeeuw. Nog een verschil: ‘In Nederland zijn we bij de re-integratie geneigd minder te investeren in de "zware gevallen", de mensen die eigenlijk geen kans meer maken op de arbeidsmarkt. De Amerikanen zetten juist daar heel sterk op in. De "betere gevallen" kunnen zichzelf wel redden, is de redenering.’
Lelystad
In Lelystad is men flink op weg met de nieuwe wet. Al in april 2011 stelde het college daar de nota Op weg met Werken naar vermogen vast. Niet langer de uitstroom uit een uitkering staat nog centraal, maar ‘werken naar vermogen’ is het uitgangspunt. Daar waar mogelijk krijgen uitkeringsgerechtigden loondispensatie in het Lelystadse model. Daarnaast verwacht de gemeente in ruil voor een uitkering in levensonderhoud een tegenprestatie. Dat kan zijn in de vorm van vrijwilligerswerk, maar ook ‘zo regulier mogelijke arbeid’. Sinds kort is echter bekend dat loondispensatie veel minder breed mag worden ingezet.
Inspirerend
Wethouder Willem de Jager (PvdA) vindt de Amerikaanse praktijk inspirerend. Toch ziet hij geen mogelijkheden om iedereen op weg te helpen naar een baan. ‘Als gemeenten moeten wij met fors minder middelen méér mensen aan het werk helpen. Dat is een grote zorg en dan ontkom je er niet aan om ingrijpende keuzes te maken.’ Lelystad zet straks, net als de Amerikanen, waarschijnlijk geen geld meer in om mensen met een goede uitgangspositie aan het werk te helpen. ‘Wij noemen dat de klanten met een arbeidscapaciteit van meer dan tachtig procent. Zij kunnen voor zichzelf zorgen. Voor hen geldt dat wij alleen nog maar handhaven: werk je niet, dan krijg je ook geen uitkering meer.’ Aan de andere kant van het spectrum staat de groep klanten met een arbeidscapaciteit van nul tot twintig procent. Het klinkt hard, maar zij zijn afgeschreven voor de arbeidsmarkt. De Jager: ‘Voor hen zoeken wij aansluiting bij de middelen vanuit de Wmo-dagbesteding. Er is hier namelijk geen sprake van arbeidstoeleiding, maar van maatschappelijke participatie.’
Job carving
De re-integratie-inspanningen van Lelystad richten zich vooral op de groep met een arbeidscapaciteit van vijftig tot tachtig procent: daar gaat straks misschien wel het complete re-integratiebudget naar toe. Voor de resterende groep (een arbeidscapaciteit van twintig tot vijftig procent) wordt zo mogelijk aansluiting gezocht bij zowel de Wmo als bij het maatschappelijk middenveld, zoals buurtwerk, vrijwilligerswerk en organisaties die van de gemeente subsidie ontvangen.
De Jager ziet veel in het Amerikaanse voorbeeld. ‘Job carving bijvoorbeeld is daar heel gewoon, hier staat het nog in de kinderschoenen. Door eenvoudige taken en specialistische taken te bundelen in nieuwe functies kunnen banen worden gecreëerd.’
Niet alleen in de VS, ook in Duitsland en Engeland is het heel normaal om mensen met een beperking in te zetten op de reguliere arbeidsmarkt. Of het dé verklarende factor is, weet De Jager niet, maar het zou te maken kunnen hebben met het feit dat de VS en Groot-Brittannië van oudsher oorlogvoerende naties zijn en een cultuur hebben ontwikkeld waarin het re-integreren van oorlogsinvaliden normaal is. ‘En Duitsland heeft daar na twee grote oorlogen natuurlijk ook mee te maken gehad. Daar zijn bedrijven wettelijk verplicht vijf procent schwerbehinderte Menschen in dienst te nemen. Geen ondernemer die daar moeilijk over doet. En hebben ze geen werk in de aanbieding, dan moeten ze die verplichting afkopen. Het zou in Nederland een deel van de oplossing voor de sociale werkvoorziening kunnen zijn. Wij hebben in het verleden sterk ingezet op de ontwikkeling van een verzorgingsstaat waar ook de sociale werkvoorziening uit is voortgekomen. Dat systeem is nu te duur geworden, het roer moet om.’
Maar het Amerikaanse succes leunt zwaar op de medewerking van het bedrijfsleven. Nederlandse ondernemers staan niet te dringen om mensen met een beperking in dienst te nemen. Dat is ook de reden waarom bij veel gemeenten, waaronder Lelystad, het vizier wordt gericht op het bedrijfsleven. ‘De vraag van de ondernemers moet centraal komen te staan. Dan is het aan ons om duidelijk te maken dat zij gebaat zijn bij het in dienst nemen van onze klanten. Daarom zullen wij ons ook gaan richten op het ontzorgen en verleiden van werkgevers, wellicht via een te vormen werkbedrijf onder regie van de gemeente. Daar kunnen de Amerikaanse lessen goed bij van pas komen.’
Vindplaats: VNG Magazine nr. 3, 3 februari 2012, p. 12
Gemeente Alphen aan den Rijn
CommunicatieadviseurGemeente Soest
TeammanagerGemeente Overbetuwe
© 2010 - 2012, VNG Magazine
Reacties
Laat een reactie achter