Betoog: Griffierechten rijzen straks de pan uit

Auteur: Olaf Schuwer - 02/12/2011

Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie hoopt 240 miljoen euro per jaar te besparenop de rechtspraak door de griffierechten te verhogen. Voor gemeenten leidt dit tot een verveelvoudiging van de procedurekosten voor elke verloren zaak, zoals moge blijken uit een concreet voorbeeld.

Iedereen die naar de rechter stapt, moet griffierechten betalen. Deze dekken een klein deel van de kosten van de gerechtelijke procedure. Het leeuwendeel wordt gefinancierd door de belastingbetaler. Dat gaat veranderen, als het aan de huidige regeringscoalitie ligt. In het regeer- en gedoogakkoord valt al te lezen dat de kosten van het voeren van gerechtelijke procedures in hoofdzaak door de procederende partijen moeten worden opgebracht.
Op 28 oktober heeft minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie daartoe het wetsvoorstel Verhoging griffierechten uitgebracht. Hij hoopt de nieuwe wet op 1 juli 2012 in te voeren. Die geldt ook voor het juridische geschil dat de burger met zijn gemeente heeft en voorlegt aan de bestuursrechter.
De bestaande bedragen voor griffierechten worden enerzijds geüniformeerd en anderzijds verhoogd. Hierbij wordt rekening gehouden met on- en minvermogenden en met personen die vallen in de categorie ‘middeninkomens’. Voor deze categorieën gelden aangepaste bedragen. Wanneer een bestuursorgaan in beroep of hoger beroep aan het kortste eind trekt, moet het de griffierechten aan de burger restitueren. Tot zover geen echt wezenlijke verandering. Het ingrijpende is echter dat een bestuursorgaan daarbovenop ‘griffierecht wegens de verloren zaak’ moet betalen. Dit zijn substantiële bedragen, variërend van vijfduizend euro in beroep tot twaalfduizend vijfhonderd euro in hoger beroep dan wel cassatie. Daarbij zijn uitschieters naar dertigduizend euro mogelijk. Het te betalen bedrag moet worden voldaan aan de hoogst ingeschakelde rechterlijke instantie.

Huidige situatie
De burger weet de gang naar de rechtbank te vinden als hij het niet eens is met een gemeentelijk besluit. Denk hierbij aan een geweigerde parkeervergunning, een verleende omgevingsvergunning of een onjuist vastgestelde WOZ-waarde. Het instellen van beroep is tamelijk eenvoudig: je moet belanghebbende zijn, je beroepschrift moet gemotiveerd én tijdig ontvangen zijn, en je moet tijdig de verschuldigde griffierechten hebben voldaan.
In de regel moet eerst de (gratis) bezwaarschriftprocedure worden gevolgd. Een advocaat inschakelen is niet verplicht, maar soms wel verstandig. Het griffierecht bedraagt 41 dan wel 152 euro, afhankelijk van de categorie waarin de zaak is ingedeeld. Rechtspersonen  betalen nagenoeg het dubbele: 302 euro. Bij gegrond beroep moet de gemeente de griffierechten aan de wederpartij(en) terugbetalen.
Voor het instellen van hoger beroep is wederom griffierecht verschuldigd. Alle betrokken partijen, dus ook het bestuursorgaan, kunnen hoger beroep instellen.
Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kost aan griffierecht 227 euro voor natuurlijke personen en 454 euro voor rechtspersonen. Ook hier geldt: als de gemeente aan het kortste eind trekt, moet ze de griffierechten aan de burger vergoeden.
In alle gevallen, ook in de bezwaarschriftfase, bestaat de mogelijkheid een voorlopige voorziening te vragen bij de voorzieningenrechter. Doel hiervan is, gedurende de periode waarin de bodemzaak in behandeling is, een tijdelijke voorziening te krijgen, bijvoorbeeld de schorsing van een bouwomgevingsvergunning. Ook hiervoor is griffierecht verschuldigd, gelijk aan het bedrag dat in de bodemzaak moet worden voldaan.

Een klein cijfervoorbeeld om dit alles te illustreren. Een ambulant handelaar vraagt bij BenW een standplaatsvergunning voor de weekmarkt. Hoewel hij volgens de in die gemeente geldende regels recht op de gevraagde vergunning heeft, wordt deze hem op oneigenlijke gronden geweigerd. Vanuit de marktcommissie was sterk aangedrongen op weigering, gezien de reputatie van de aanvrager. Het college is hiervoor gezwicht. De handelaar dient een bezwaarschrift in tegen de weigering. Ook vraagt hij een voorlopige voorziening, die inhoudt dat hij gedurende de behandeling van zijn bezwaar van de door hem gevraagde standplaats gebruik mag maken. De voorlopige voorziening wordt toegewezen. Restitutie griffierecht: 152 euro.
Het bezwaar wordt ongegrond verklaard. De handelaar gaat in beroep bij de rechtbank en vraagt wederom een voorlopige voorziening. Er is twee keer griffierecht verschuldigd: voor het beroep en voor de voorlopige voorziening. Beide zaken worden ineens afgedaan (zogenoemde ‘kortsluiting’): de rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en verklaart tegelijkertijd het beroep gegrond. Restitutie griffierecht: 304 euro.
BenW besluiten hoger beroep in te stellen tegen de rechtbankuitspraak. Het bestuursorgaan moet hiervoor 454 euro griffierecht betalen.
In totaal heeft het bestuursorgaan in dit dossier aan griffierecht een bedrag van 910 euro moeten voldoen. Niet echt weinig, maar het bedrag valt te overzien.

Nieuwe situatie
Ervan uitgaande dat de ambulant handelaar niet behoort tot de categorie on- en minvermogenden dan wel middeninkomens, betaalt deze in de nieuwe situatie voor twee verzoeken voorlopige voorziening en één beroepszaak in totaal drie keer vierhonderd ofwel twaalfhonderd euro. Dit moet het bestuursorgaan aan hem terugbetalen. Nieuw is verder dat het college daarnaast een fors bedrag aan griffierecht moet betalen voor door hem ‘verloren’ zaken, bij welke rechterlijke instantiedan ook. Overigens geldt dit ook voor de burgemeester, de gemeenteraad, de heffingsambtenaar en de leerplichtambtenaar.
De plicht tot betaling ontstaat nadat een besluit onherroepelijk is geworden of in hoogste instantie is genomen. In het voorbeeld tekenden BenW hoger beroep aan. Bij verlies van de zaak betekent dit straks een bedrag van 27.500 euro aan griffierechten. Zonder hoger beroep was dit ‘slechts’ tienduizend euro geweest. Wanneer het bezwaar was toegewezen, was de schade hooguit vijfduizend euro geweest, nog steeds een fors bedrag.
In dit relatief eenvoudige dossier  lopen de procedurekosten dus op tot 28.700 euro, ongeveer dertig keer zoveel als in de huidige situatie.
Als de ambulant handelaar zich had laten bijstaan door een advocaat, waren de kosten daarvan ook voor rekening van de gemeente geweest. De advocaat is vier keer op een zitting verschenen (bezwaar, voorlopige voorziening in bezwaar, voorlopige voorziening in combinatie met behandeling van de hoofdzaak in beroep, hoger beroep), en heeft vier procesgeschriften geschreven. In totaal acht handelingen à 437 euro, opgeteld 3.496 euro.

Vooraf inschatten
Gemeenten zullen voortaan behalve een juridische, ook een financiële inschatting moeten maken voordat ze besluiten een hoger beroep in te stellen. Is een verloren zaak dat geldbedrag wel waard? Of moet de burger zijn zin maar krijgen, omdat een verloren beroep te veel geld kost? Dreiging met het indienen van bezwaar, beroep of voorlopige voorziening kan dan lonend zijn voor een burger.

Mr. Olaf Schuwer is specialist gemeentelijk bestuurs- en omgevingsrecht

KADER
Verzet VNG
Het wetsvoorstel verhoging griffierechten zal gemeenten in de volle breedte raken, omdat bijna alle beleidsterreinen de gevolgen ondervinden. Dat blijkt uit de eerste reacties die bij diverse VNG-beleidsafdelingen zijn binnengekomen. De VNG gebruikt de reacties in haar verzet tegen het wetsvoorstel. Zie ook www.vng.nl

Vindplaats: VNG Magazine nr. 23, 2 december 2011, pagina 22 e.v.






Tags:

Deel dit bericht

0 reacties

Reacties

Laat een reactie achter

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

NIEUWSBRIEF

Naar het nieuwsbriefarchief

De gemeente in 2025

 

 

100 Jaar VNG



Vacaturespot

Start hier met het vinden van uw ideale baan!

Laatste Vacatures

Beleidsmedewerker Welzijn

Gemeente Alphen aan den Rijn

Communicatieadviseur

Gemeente Soest

Teammanager

Gemeente Overbetuwe