Bestuurskundige Paul t Hart: gewoon doen alsof je erover gaat

Auteur: Leo Mudde - 21/04/2017

In opdracht van de VNG gaan bestuurskundige Paul ’t Hart en zijn collega’s van de Utrecht University School of Governance onderzoeken waarom sommige gemeenten succesvol zijn en hoe het ze lukt ‘publieke waarde’ te creëren. Gemeenten moeten experimenteerlaboratoria
worden waar de BV Nederland van kan profiteren.

Bestuurders, zowel wethouders als raadsleden, moeten sneuvelbereid zijn, zegt Paul ’t Hart aan het eind van het gesprek, maar ‘zet dat maar niet in de kop’. Waar het om gaat, licht hij toe, is dat de moderne lokale bestuurder anders moet omgaan met risico’s dan hij of zij tot nu toe gewend was. Wat nodig is, zijn bestuurlijke moed en een wil om te experimenteren. Nu nog heerst de angst om risico’s te nemen, bang te worden neergesabeld door ‘Den Haag’ of door reaguurders op sociale media. ‘Laat er een enkele keer een kater komen, in de vorm van het lid op de neus door Den Haag, nou en? In veel gevallen bereik je meer door dingen gewoon te dóén.’

Dat wethouders ‘bang’ zijn geworden voor de samenleving, gaat ’t Hart te ver. ‘Maar wel behoedzamer, meer bedacht op de gevolgen voor hun reputatie. Ik denk dan: laat dat Twitter lekker brullen, morgen brullen ze weer over iets anders. Zorg er gewoon voor dat je iets neerzet, samen met je inwoners die nu eens niet de usual suspects zijn, ontwikkel iets om een bredere maatschappelijke dialoog op gang te brengen. Als dat je lukt, hoef je je ook niet meer druk te maken over wat er allemaal op Twitter wordt geschreeuwd. Het vereist een zekere ontspannenheid. Als je sneuvelbereid bent, hoef je ook niet bang te zijn.’
Gemeenten zijn volgens ’t Hart experts in het roepen dat iets ‘niet mag van Den Haag’. ‘Maar als je dat van geval tot geval gaat bekijken, dan mag er hartstikke veel, meer dan je denkt. Den Haag wordt vaak gebruikt als schaamlap om iets niet zelf te doen. Ik ben van het principe “ask forgiveness, not permission”. Dus ik wil gemeenten oproepen: doe gewoon dingen alsóf je erover gaat. Als je erin slaagt een heel sterke maatschappelijke waarde te creëren, met een breed draagvlak, wie gaat jou dan terugfluiten? Gaat Den Haag dat dan werkelijk om zeep helpen? Dat waag ik te betwijfelen.’

U gaat onderzoeken wat er goed gaat in gemeenten, en waarom. Opmerkelijk.
‘In het wetenschappelijk en het maatschappelijk discours ligt het accent meestal op wat er niet goed gaat. Wat wij proberen te doen, is ons weer verwonderen over wat er schuilgaat achter alledaagse en ongeziene bestuurlijke successen, maar ook achter spectaculaire en aansprekende vormen van succesvol openbaar bestuur. De aloude vraag van Machiavelli – virtue (kunde) of fortuna (context) – is bij het begrijpen en leren van successen net zo relevant als bij het omgaan met fiasco’s en middelmatigheid.’

Dat doet u aan de hand van het begrip ‘publieke waarde’. Wat is dat eigenlijk?
‘Het is overgewaaid uit de VS en vooral bekend uit het werk van Mark Moore. Het komt erop neer dat je kijkt naar drie factoren en het samenspel daartussen, de strategische driehoek. De eerste is de vraag wat de maatschappelijke waarde is die moet worden gerealiseerd, waarbij je probeert een nutsbalans te maken: wordt de samenleving beter van project X of van activiteit Y? De tweede poot in de driehoek is: in hoeverre heb je de capaciteit om zo’n waardepropositie ook waar te maken? Dat gaat niet zozeer over de vraag of een gemeente dat in haar eentje kan, maar steeds vaker over de vraag hoe je dat door samenwerking kunt organiseren. En ten slotte gaat het over steun en legitimiteit; kun je met gezag iets neerzetten en wordt dat legitiem bevonden door al die personen en instanties die er hun plasje over mogen doen, de authorizing environment zoals Moore dat zo mooi noemt.
‘Goed bestuur is in deze visie een bestuur dat erin slaagt de poten van die driehoek succesvol met elkaar in balans te brengen. Dat is best lastig, er zitten heel veel spanningen tussen. Het vraagt bestuurlijk vakmanschap om die driehoek zo op orde te krijgen dat wat je belooft ertoe doet, dat je het kunt waarmaken en dat er ook nog steun voor is.’

Is dit dan het ultieme antwoord op de worsteling die gemeenten hebben met hun verhouding tot de inwoners?
‘Het vraagt in ieder geval om een manier van manoeuvreren, zowel ambtelijk als bestuurlijk, die anders is dan het klassieke primaat van de politiek. De tijd dat een raadslid kan zeggen “ik ben gekozen, dus ik ga hierover” zijn we in de netwerksamenleving wel voorbij. Deze theorie is heel geschikt om kwaliteit én succesvol bestuur in de vingers te krijgen.’

Hoe zou u publieke waarde willen definiëren?
‘We moeten het denken in termen van waarde weghalen uit de stichtelijke hoek. Meer groen en schonere lucht, daar zijn we in abstracto allemaal voor. Maar in concreto maken we afwegingen: wat kunnen we niet doen als we de lucht schoner maken, vinden we economische groei dan ook nog waardevol? Of iets waardevol is, moet worden bekeken als een balans van kosten en baten – niet alleen materieel, ook immaterieel.’

Geeft u eens een voorbeeld.
‘De gemeente Oss heeft publieke waarde gecreëerd door het gemeentelijk vastgoed efficiënter en effectiever te gebruiken. Veel meer maatschappelijk relevante activiteiten vonden een plek in die gebouwen. Tegelijkertijd zijn kosten bespaard door het slimmer te organiseren. Een mooi voorbeeld waarin effectiviteit en efficiency, materiële en immateriële waarden in elkaars verlengde liggen.’

Mogelijk verstaat niet iedereen hetzelfde onder publieke waarde.
‘Er zijn inderdaad gevallen waarin het er niet om gaat wat jij of ik, of zelfs de gemeenteraad een maatschappelijk relevante waarde vinden, maar wat de authorizing environment ervan vindt. Stel dat je een betere integratie van statushouders als publieke waarde wilt, dan zul je op de koop toe moeten nemen dat bepaalde groepen in jouw gemeente daar heel erg tegen zijn.’

Maar die groepen horen toch ook bij de authorizing environment?
‘Die horen daar zeker bij, maar uiteindelijk moet je als bestuurder, als het je niet lukt tot een win-winoplossing te komen, een afweging maken: welke stemmen nemen we serieuzer?’

Hebben we het dan toch niet gewoon weer over de essentie van de gemeenteraad, die het belang van enkelen moet afwegen tegen het algemeen belang?
‘Zeker, het publieke-waardedenken is bepaald niet het einde van de representatieve democratie. Maar het is wel een nuancering daarvan. Je zult van geval tot geval, van project tot project, moeten nadenken over wat nou eigenlijk de authorizing environment is. Moore noemt dat “calling a public into being”.
‘Neem als voorbeeld de verbreding van de A27 bij Amelisweerd, wie is dan het relevante publiek? Wie rijden over die weg, wie hebben er hinder van, wie zijn gebruikers van de publieke ruimte, in dit geval een historisch bos dat moet worden gekapt om die verbreding mogelijk te maken? Eigenlijk vraagt de theorie om van geval tot geval op een metaniveau na te denken over de vraag wiens stemmen gehoord moeten worden. Je moet zelfs op een heel actieve manier zo’n publiek gaan creëren. Verkeerswethouders bijvoorbeeld, die met heel moderne technieken proberen de visie van weggebruikers te achterhalen, of van bosbezoekers. Als jij eens in de maand in Amelisweerd wandelt, ben je dan een relevante partij?
‘Dus in die zin is het publieke-waardedenken een aanvulling op het vanzelfsprekende primaat van de representatieve democratie. Het onderkent dat een instantie als de gemeenteraad, die het moet doen met een mandaat dat eens in de vier jaar wordt gegeven op basis van een onduidelijke mix van thema’s, niet meer genoeg is om legitimiteit te produceren, anders dan in formeel-procedurele zin.’

Kunnen gemeenten zo’n omslag in het werken en denken maken, zijn de bestaande structuren daar wel op toegesneden?
‘Ik zie in veel gemeenten een zoektocht naar nieuwe rollen en nieuwe verhoudingen. Ze gebruiken niet de taal van de wetenschap, maar het lijkt er veel op. Gemeenteraden en -besturen zien overal dat burgers niet langer automatisch in de houding springen als de gemeente iets heeft besloten. Ze zien dat inwoners initiatieven nemen, of taken overnemen, ze zien een nieuwe vorm van active society ontstaan. En merken dat hun repertoire en de klassieke bestuursstijl daar niet goed op zijn ingericht. Daarom is men aan het experimenteren geslagen met nieuwe werkvormen.’

Is er één die u specifiek is bijgebleven?
‘In Horst aan de Maas vertelde de gemeentesecretaris dat ze daar al een paar keer 24-uurssessies hebben gehouden, op het gemeentehuis. Letterlijk met veldbedjes enzo, van vrijdag- tot zaterdagmiddag. Daar konden de hele raad, college, ambtelijke dienst en allerlei maatschappelijke partners komen praten over de toekomst van de gemeente en over concrete plannen. Dat zie je een heel ander overlegmodel ontstaan, en draagvlakcreatie. Het is belangrijk dat je, als je voor die weg kiest, je nog eens afvraagt wat het is om raadslid te zijn. In hoeverre zijn jouw politieke identiteit en de rivaliteit tussen de partijen in de raad, nog de “be all and end all” van het bestuur?’

Onze columnist Kirsten Veldhuijzen pleitte voor het ombouwen van de lokale rekenkamers naar ‘waardenkamers’ die publieke waarden wegen. Een goed voorstel?
‘Het idee dat lokale rekenkamers zich wat minder nadrukkelijk richten op efficiëntie en wat meer op breed gedeelde maatschappelijke effectiviteit, op maatschappelijke waarde – dat zou ik sterk toejuichen. Collega’s van mij hebben een project gedaan met gemeentesecretarissen dat ging over de vraag: hoe kun je waardevol bezuinigen? Niet value for money, maar money for value werd het credo. Je ziet in tijden van krimp nog wel dat het realiseren van besparingen een doel op zich wordt, maar dat er dan eigenlijk vanuit een breder perspectief aan een massief waardeverlies wordt gedaan. Maar als money for value het uitgangspunt moet zijn, dan maak je je bezuinigingstaak moeilijker omdat je jezelf dwingt op waardenniveau elke keer een afweging te maken.’

De gemeente Roerdalen stuurt veel op ‘geluk’. Als iets een publieke waarde is, dan is dat het wel – toch?
‘Het grote probleem met geluk is dat veel zaken die in het algemeen belang zijn, niks met geluk te maken hebben. Wat Roerdalen doet, is erg sympathiek en beter dan het economistische. Maar uiteindelijk is het weer niet complex genoeg om dat brede idee van maatschappelijke waarde echt te vatten. Wat ik wel leuk vind, is dat zo’n gemeente het probeert, het gewoon doet. Zoals Hollands Kroon probeert alle regels af te schaffen en dan wel ziet wat er gebeurt. Dat is de grote kracht van de lokale democratie. Gemeenten zouden laboratoria moeten worden om te experimenteren met het creëren van publieke waarde. Als we al die lokale ervaringen met elkaar uitwisselen, worden we daar als BV Nederland een stuk wijzer van.’

KADER
Gastspreker VNG Jaarcongres
Paul ’t Hart doceert bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij is daarnaast co-decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en verbonden aan de Australia New Zealand School of Government. Hij is 13 juni een van de sprekers op het VNG Jaarcongres in Goes dat in het teken staat van ‘vakmanschap’. Zijn nieuwe boek The leadership capital index: a new
perspective on political leadership verschijnt in juni.

www.vngjaarcongres.nl

Vindplaats: VNG Magazine nr. 7, 21 april 2017, p. 16-19





NIEUWSBRIEF

Naar het nieuwsbriefarchief

Vacaturespot

Start hier met het vinden van uw ideale baan!

Laatste Vacatures

Projectleider online dienstverlening

Gemeente Capelle aan den IJssel

Senior handhaver/ heffingstechnoloog

Waterschap Rivierenland

Adviseur Planning & Control

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht