Auteur: Simon Kooistra - 18/02/2011
Hij noemt zich regisseur, dirigent en choreograaf tegelijk: de deltacommissaris. Een nieuwe functie met bijzondere bevoegdheden, sinds 1 februari vorig jaar vervuld door Wim Kuijken. Als een spin in het web bemoeit deze regeringscommissaris zich met de opdracht van alle overheden om de waterveiligheid en zoetwatervoorziening te waarborgen en deze zo mogelijk te combineren met ruimtelijke ambities: ‘Als gemeenten er vroeg bij zijn, biedt dit nieuwe kansen.’
De aanstelling van een deltacommissaris was in 2008 een van de aanbevelingen van de tweede Deltacommissie onder voorzitterschap van oud-minister Cees Veerman. De functie wordt geregeld in de Deltawet, begin vorig jaar ingediend bij de Tweede Kamer, maar na de val van het kabinet controversieel verklaard. Binnenkort buigt de Kamer zich er alsnog over. Kuijken functioneert nu op basis van een ministerieel besluit.
Zijn werk heeft niet geleden onder de kabinetswisseling, zegt hij. ‘Het is van langere adem. Ik opereer weliswaar onder politieke verantwoordelijkheid van een staatssecretaris, maar mijn jaarlijkse voorstellen zijn openbaar. De Tweede Kamer kan altijd zien wat de deltacommissaris in zijn interbestuurlijke rol heeft voorgesteld en wat het kabinet daarvan vindt. Ik vertegenwoordig de meervoudige overheid. Ik ben ook van de provincies, gemeenten en waterschappen.’
Kuijken heeft ze allemaal nodig. De ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economie, Landbouw en Innovatie voor de grote investeringsprogramma’s, de provincies voor de gebiedsgerichte programma’s, Rijkswaterstaat en de waterschappen voor het beheer en de gemeenten voor de uitvoering van de ruimtelijke plannen. Afgelopen Prinsjesdag presenteerde het toenmalige kabinet het eerste jaarlijkse deltaprogramma, met maatregelen en voorzieningen voor de komende jaren.
Kerngebied
De regio Rijnmond en Drechtsteden is het kerngebied van het huidige deltaprogramma, zegt Kuijken. ‘Daar komen alle belangrijke elementen samen. Het gaat om een dichtbevolkt gebied, dat als economische motor fungeert. We hebben daar te maken met een stijgende zeespiegel, een rivier met pieken en dalen in de afvoer, de ontwikkeling van het havengebied en het zoet-zoutprobleem.’ Dit laatste ontstaat bij een hoge zeespiegel en een lage rivierstand; de intrusie (indringing) van het zout is dan groter en dat heeft nadelige invloed op de agrarische en procesindustrie.
Al met al een complexe opgave. Waar te beginnen? Kuijken: ‘De regio heeft een visie tot 2030. Wij gaan daar overheen en vragen de haven zijn visie ook wat verder te trekken. Met de provincie en gemeenten spreken we over de wateropgave enerzijds en de ruimtelijke wensen anderzijds. Die worden met elkaar geconfronteerd. Als je investeringen doet, zoals de Maeslantkering in de Waterweg, doe je dat voor 75 jaar. Dan moet je wel weten waaróm je het doet en wat de mogelijkheden zijn. Daarbij zijn niet alleen overheden, maar ook projectontwikkelaars, maatschappelijke organisaties en bedrijven betrokken.
‘Natuurlijk zijn er tegengestelde belangen. Maar we willen ze allemaal horen: de boeren, de vogelbeschermers, de Waddenvereniging, de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer, de ANWB, de Recron. Ze mogen het ons lastig maken, graag zelfs. Zonder druk ontstaat er nooit iets goeds.
‘Ik denk graag in extreme oplossingen, omdat je daarmee reacties uitlokt. Toen Cees Veerman voorstelde het IJsselmeerpeil met anderhalve meter te verhogen, had dit een schokeffect. Alle argumenten komen dan op tafel. De scheepsbouwer in Makkum is blij,want zijn schepen kunnen makkelijker weg. Maar het recreatieschap is tegen, want zijn terreinen spoelen weg. Zo verzamel je eerst alle feiten en argumenten voor je een keuze maakt. Dat heb ik liever dan eerst een beslissing nemen en dan afwachten wie er tegen te hoop loopt. Dit neemt niet weg dat er altijd mensen in beroep kunnen gaan tegen een besluit en die mogelijkheid moet ook blijven. Maar mijn ervaring tot nu toe is dat iedereen met een positieve houding deelneemt aan de discussies en ik zie onverwachte bondgenootschappen ontstaan, bijvoorbeeld tussen boeren- en natuurorganisaties. Uiteindelijk hebben ze ook een gezamenlijk belang. Projectontwikkelaars op hun beurt hechten aan helderheid en veiligheid op lange termijn. Hoe moet je bouwen in een gebied waar klimaateffecten een rol spelen, zoals buiten de dijken? Wij bekijken problemen op een termijn van wel vijftig jaar en als het kan integraal. Dus niet alleen vanuit de waterstaatkundige invalshoek, zoals na een ramp onvermijdelijk is. Neem de watersnoodramp van 1953 en de overstromingen in het rivierengebied in 1995. Dan moeten snel maatregelen genomen worden, zoals dijken verhogen of ruimte voor de rivier maken.’
Deltawerken
Kuijken noemt de Deltawerken een ‘geweldig project’. Ze zijn snel tot stand gebracht. ‘Je ziet inmiddels ook wel negatieve effecten achter de dijken. De waterkwaliteit en natuur lijden eronder. Het was een puur veiligheidsproject. Nu kunnen wij ons permitteren om breder en integraler te werken. Waterveiligheid en zoetwatervoorziening staan weliswaar voorop, maar daarnaast kijken we naar andere ambities. Het Rijk stort geld in het Delta-fonds voor de centrale opgaven; een experimenteerartikel in de wet maakt het straks mogelijk dat gemeenten en provincies hun ruimtelijke plannen in het Deltaprogramma integreren en de nodige budgetten daarvoor storten in het Deltafonds. Dat maakt procedures eenvoudiger.’
Hij noemt als voorbeeld Kampen, waar een plan is voor een bypass om het water van de IJssel af te voeren en tegelijkertijd een nieuwe woningbouwlocatie en natuur-ontwikkeling mogelijk te maken.
Door vroeg mee te denken, kun je diverse opties tegen elkaar afwegen. Zo kun je bij de Waal en de Maas kiezen voor verhoging van de kades of voor het activeren van een oude riviertak met nieuwe mogelijkheden. Beide oplossingen bevorderen de veiligheid, maar hebben verschillende ruimtelijke consequenties. Het is aan de politiek om die keuzes te maken.
Kuijken noemt als ‘gedachteoefening’ een ander voorbeeld: een peilverhoging van het IJsselmeer of het afsluiten van de Nieuwe Waterweg, twee manieren om het water binnen te houden. ‘Dat zijn geen waardevrije keuzes. Ik maak een afwegingskader met alle maatschappelijke kosten en baten. Ik doe dat samen met overheden en andere betrokkenen, zodat iedereen weet welke opties er zijn. Maar ik maak niet de uiteindelijke keuze.’
Poldermodel
Kuijken kan wel een besluit bevorderen, als de veiligheid in het geding is. ‘We zijn heel goed en groot geworden met ons poldermodel. Keerzijde hiervan is dat het proces soms verzandt. Mijn taak is te wijzen op beslissingen die genomen moeten worden om een volgende ramp vóór te zijn. Zonder deltacommissaris gebeurt dat niet zomaar. Politici kunnen zich op de korte termijn richten, terwijl de polder blijft doorpraten. Dit dreigde bijvoorbeeld te gebeuren rond de Hondsbossche en Pettener Zeewering, een evident zwakke schakel in onze kust. We weten al jaren dat die versterkt moet worden. Het beschermingsniveau is ver beneden de huidige wettelijke norm. Ik was daar op bezoek om kennis te nemen van alle plannen die er zijn. Waterschappen, provincie, Rijkswaterstaat en gemeenten zijn hierover al heel lang in gesprek. Ik heb tegen toenmalig minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat gezegd: je moet hier een beslissing nemen. Het kan niet zo zijn dat een zwakke schakel zwak blijft omdat we elkaar nog niet in unanimiteit kunnen vinden. Bovendien dreigt het geld weg te vloeien door de bezuinigingen. Eurlings heeft mijn advies opgevolgd en geld gereserveerd voor het aanbrengen van zand voor de kust. Die oplossing verkoos hij boven dijkverzwaring en past in het beleid op lange termijn om de kustlijn te versterken door het aanbrengen van zand.’
Binnenkort buigt het kabinet zich over de versterking van de Afsluitdijk. Er is een prijsvraag uitgeschreven voor mogelijke oplossingen. Kuijken: ‘Ik sluit niet uit dat ik daar op een gegeven moment gevraagd of ongevraagd iets van vindt. We praten over een investering voor 75 tot honderd jaar en weten dat de zeespiegel stijgt. Misschien moeten we in de toekomst gaan pompen. Dan moet je daarvoor nu al ruimte reserveren, ook al zijn die pompen nu nog niet nodig.’
Rol gemeenten
Gemeenten draaien volop mee in de programmaorganisaties van de regionale deelprogramma’s. Gemeenteambassadeurs stimuleren dat gemeenten aanhaken. Kuijken: ‘Dat gebeurt op grote schaal en ook de VNG is heel actief. Ik kom veel burgemeesters en wethouders tegen, die zich erg betrokken voelen. Terecht, want de deltaproblematiek raakt de veiligheid van hun inwoners. Een burgemeester als Piet IJssels van Gorinchem hoef je niets te vertellen, want hij heeft in 1995 zijn inwoners moeten evacueren. Maar besluiten overstijgen de gemeentegrenzen. Daarom is het belangrijk dat gemeenten van begin af aan betrokken zijn en ten minste weten welke keuzes aan de orde zijn. Als het peil van het IJsselmeer verandert, raakt dat direct Lemmer, Enkhuizen en Almere. Als we maatregelen nemen voor de Waal of de Maas, heeft dat directe gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de betrokken riviergemeenten. Egmond, Katwijk en Scheveningen hebben grote belangen bij onze plannen voor de kustversterking, niet alleen uit oogpunt van veiligheid, maar ook vanuit economisch perspectief. Als gemeenten in een vroeg stadium aanhaken, kunnen ze meedoen aan het verzamelen van feiten en formuleren van mogelijke oplossingen.
‘Ik zie de programmadirecteuren elke week en volg zo op de voet wat er in elke regio speelt. Ik leg werkbezoeken af. Mijn rol is divers. Ik luister, informeer en licht toe. Mijn gereedschapskist bestaat uit regels, geld, verleiding, prikkels en af en toe boos worden. Mijn taak is vooral samenhang aan te brengen tussen de deelprogramma’s. Ik probeer zowel draagvlak te organiseren als daadkracht te realiseren en zoek de balans daartussen. Zorg dat er een agenda is en beslissingen worden genomen. Als we dat doen op een transparante wijze met inbreng van alle betrokkenen, kan dat zonder conflicten, hoewel niet iedereen het met elk besluit eens zal zijn. Natuurlijk heeft elk besluit ook negatieve gevolgen. Sommige bedrijven of mensen zullen misschien moeten verhuizen. Maar dat kun je fatsoenlijk met ze bespreken.’
Gemeentelijke plannen moeten dus soms wijken voor een hoger belang?
Ja. We kunnen gemeenten bijvoorbeeld vragen om voor langere tijd ruimte te reserveren voor de rivier. Maar er zijn ook gemeenten die het omdraaien en van de nood een deugd maken. Die herontdekken de rivier en zien kansen voor ontwikkeling van nieuwe natuur of een nieuw waterfront. Sommige gemeenten pakken die kansen, andere nog niet.
Wat kunnen gemeenten nog meer doen?
Het is belangrijk dat ze proactief op zoek gaan naar informatie en niet op ons wachten. Ze mogen me altijd bellen of langskomen. Soms word ik uitgenodigd door een gemeente. Ik was laatst in Spakenburg. De gemeente wilde met mij praten over een probleem rond de randmeren. De dijkgraaf was er ook bij. Ik heb vervolgens Rijkswaterstaat gebeld met het verzoek dit lokale probleem hoger op de prioriteitenlijst te zetten. Ik ben geen ombudsman of rijdende rechter, maar zonodig wel intermediair. Het deltaprogramma werkt vanuit drie waarden: duurzaamheid, flexibiliteit en solidariteit tussen generaties en regio’s. Daarmee verbinden we mensen, instellingen en bedrijven. Ik probeer ze te inspireren, bij de les te houden, uit te dagen en naar oplossingen te laten zoeken. Dat vindt iedereen leuk. Het onderwerp van de delta verbindt iedereen op een hele positieve manier.
Heeft de politiek er ook voldoende geld voor over?
Het vorige kabinet heeft vanaf 2020 tenminste één miljard euro per jaar gereserveerd voor het Deltafonds. Het nieuwe kabinet heeft dat overgenomen. Garanties heb je nooit, want elk jaar wordt de rijksbegroting opnieuw vastgesteld. Of het voldoende is? Dat zal blijken. Ik vind het al geweldig dat er voor een lange periode geld wordt gereserveerd. Coördinerend staatssecretaris Atsma heeft toegezegd dat hij in de loop van dit jaar het financiële plaatje voor de veiligheid helder maakt. Tot 2015 lopen de bestaande programma’s Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, dijkversterkingen en het versterken van zwakke schakels langs de kust. Ondertussen bereiden we vijf deltabeslissingen voor, die we in 2014 voorleggen aan het kabinet. Die gaan over actuele veiligheidsnormen, de zoetwaterstrategie, de toekomst van het Rijnmond- en Drechtstedengebied, het peil van het IJsselmeer en hoe we rekening met water kunnen houden bij het bouwen van steden en dorpen.
Moet er in uw visie iets veranderen aan de huidige taakverdeling op het gebied van water en ruimtelijke ordening?
In grote lijnen kunnen we uit de voeten met het bestaande instrumentarium. De vraag is of ze voldoende worden ingezet. In de Deltawet komt te staan dat ik een bestuursorgaan kan oproepen zijn bevoegdheid in te zetten. Dat gebeurt in volle openbaarheid. Maar ik kan niemand dwingen, want ik kan me niet verantwoorden in het parlement. Op één punt heb ik mijn twijfels over het bestaande instrumentarium. Ik vraag me af of de watertoets van waterschappen, die nu het karakter van een advies heeft, wellicht meer bepalend moet zijn. Ik heb daar nog geen afgerond oordeel over. Ik moet me er nog verder in verdiepen. Maar ik vind wel dat we moeten voorkomen dat kosten van nieuwbouw en herstructurering worden afgewenteld op toekomstige generaties. Het toetsen van plannen op het wateraspect is een noodzaak.
Welke houdbaarheidsdatum heeft u voor ogen bij de nieuwe deltaplannen?
Ik richt me op 2050 met een doorkijk daarna. Dat is lang, hoor. We moeten onze prognoses voortdurend bijstellen. Klimaatverandering meet je over een periode van dertig, veertig jaar. In 2013 komt het KNMI met geactualiseerde scenario’s, waarin gegevens over de zeespiegelstijging, rivierafvoer, temperatuurontwikkeling en bodemdaling zijn verwerkt. We verzamelen alle kennis die nodig is en kunnen daarbij een beroep doen op gezaghebbende instituten. Behalve het KNMI zijn dat bijvoorbeeld Deltares in Delft (het voormalig Waterloopkundig Laborato-rium – red.), Alterra in Wageningen, het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en grote ingenieursbureaus.
Wat is het meest briljante idee dat u afgelopen jaar heeft gehoord?
Dat komt uit mijn eigen staf. Mijn medewerkers hebben bedacht hoe je met additionele maatregelen bepaalde omslagpunten kunt uitstellen in ons watersysteem, zoals het lozen van IJsselmeerwater in de Waddenzee of de indringing van zout in het zoete water bij Gouda. Daardoor heb je meer tijd voor het nemen van de grote beslissingen. Dat noemen we adaptief deltamanagement.
Is Nederland trendsetter in deltamanagement?
Het is een belangrijk exportproduct. Niet alleen qua technologie, maar ook qua governance. Een delegatie van het kabinet van Vietnam is hier een week geweest om zich te oriënteren op mogelijke oplossingen voor de Mekong-delta en Cees Veerman gaat er naar toe om te adviseren. We hebben bezoek gehad van delegaties uit Amerika, Frankrijk, Denemarken. Ik was zelf in Singapore. De functie van deltacommissaris is uniek. Maar iedereen zal het op zijn eigen manier doen. Ik geloof sterk in het laten zien van je resultaten, maar ook van je onzekerheden. In andere culturen vindt men dit laatste soms moeilijk.
www.deltacommissaris.nl
KADER 1
Wie is Wim Kuijken?
Loopbaan:
1979 - 1982: Beleidsmedewerker RO en gewestelijke aangelegenheden, ministerie van Economische Zaken.
1982 - 1985: Hoofd bureau zeehavens, directie regionaal economische politiek, ministerie van Economische Zaken.
1985 - 1988: Hoofd bureau secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken.
1988 - 199: Directeur interbestuurlijke betrekkingen en informatievoorziening, ministerie van Binnenlandse Zaken.
1991 - 1995: Gemeentesecretaris in Den Haag.
1995 - 2000: Secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2000 - 2007: Secretaris-generaal ministerie van Algemene Zaken
2007 - 2009: Secretaris-generaal ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2010 - heden: Deltacommissaris.
KADER 2
Deelprogramma’s voor heel Nederland
- Veiligheid
- Zoetwater
- Nieuwbouw en herstructurering
Gebiedsgerichte deelprogramma’s
- Rijnmond-Drechtsteden
- Zuidwestelijke delta
- IJsselmeergebied
- Rivieren
- Kust
- Waddengebied
Vindplaats: VNG Magazine nr. 4, Special Ruimte & Kwaliteit, 18 februari 2011, pagina 25
Gemeente Alphen aan den Rijn
CommunicatieadviseurGemeente Soest
TeammanagerGemeente Overbetuwe
© 2010 - 2012, VNG Magazine
Reacties
Laat een reactie achter